“Mijn moeder loopt steeds heen en weer. Ze lijkt iets te zoeken, maar ze kan niet uitleggen wat.”
Veel mantelzorgers herkennen dit soort momenten. Uw vader, moeder of partner met dementie kan onrustig zijn, veel vragen stellen, blijven lopen of zichtbaar gespannen raken. Dat kan verdrietig en vermoeiend zijn. Zeker als u niet goed weet waar de onrust vandaan komt.
Onrust bij dementie komt vaak voor. Soms ontstaat het door drukte, vermoeidheid, pijn, honger, te veel prikkels of juist te weinig houvast. Ook veranderingen in de dag kunnen onrust geven. Denk aan bezoek dat onverwacht lang blijft, een andere route naar huis of een afspraak op een onbekende plek.
Als dochter, zoon, partner of mantelzorger wilt u vooral dat uw naaste zich veilig voelt. Dat vraagt geduld, aandacht en soms kleine aanpassingen. Vanuit de ervaring van Martha Flora in dementiezorg weten we dat rust vaak begint bij goed kijken: wat probeert iemand duidelijk te maken met gedrag?
Onrust is vaak een vorm van communicatie
Bij dementie kunnen woorden moeilijker worden. Uw vader of moeder kan misschien niet meer zeggen: “Ik ben moe”, “Ik begrijp het niet” of “Ik voel mij niet prettig.” Onrust kan dan een manier zijn om dat toch te laten merken.
Het helpt om gedrag niet meteen als lastig te zien, maar als een signaal. Misschien is de kamer te druk. Misschien staat de televisie hard. Misschien is er iets veranderd in de omgeving. Of misschien zoekt uw naaste een vertrouwd gevoel.
Een voorbeeld: uw moeder wordt elke middag onrustig rond vier uur. Ze loopt door de kamer en vraagt steeds wanneer ze naar huis gaat. Het kan helpen om op dat moment een vast rustmoment in te bouwen. Bijvoorbeeld thee drinken aan dezelfde tafel, zachte muziek aanzetten of samen foto’s bekijken.
Kleine aanpassingen kunnen veel verschil maken
Een rustige omgeving kan helpen om spanning te verminderen. Dat hoeft niet groot of ingewikkeld te zijn. Vaak zit het juist in kleine dingen.
Zachte verlichting kan prettiger zijn dan fel licht. Een opgeruimde kamer kan meer overzicht geven. Vertrouwde spullen (zoals een oude klok, een foto of een favoriete stoel) kunnen een gevoel van veiligheid geven. Ook een vaste dagindeling kan steun geven. Herhaling geeft herkenning.
Het kan ook helpen om drukke momenten te beperken. Veel bezoek tegelijk kan gezellig bedoeld zijn, maar voor iemand met dementie verwarrend voelen. Een kort bezoek van één of twee mensen is soms prettiger dan een volle kamer.
Bij aantrekkelijk wonen met dementie gaat het niet alleen om een mooie woonomgeving. Het gaat vooral om een omgeving die rust, herkenning en veiligheid biedt. Een plek waar iemand zichzelf mag zijn en waar de dag niet steeds hoeft te worden uitgelegd.
Wat kunt u doen bij onrust?
Probeer eerst rustig te blijven. Uw houding heeft vaak invloed op de sfeer. Praat zacht, maak oogcontact en gebruik korte zinnen. Zeg bijvoorbeeld: “Ik ben bij u” of “We gaan samen even zitten.”
Het kan helpen om niet in discussie te gaan. Als uw vader zegt dat hij naar zijn werk moet, terwijl hij al jaren met pensioen is, hoeft u hem niet steeds te corrigeren. U kunt beter aansluiten bij het gevoel. Bijvoorbeeld: “U bent gewend om veel verantwoordelijkheid te hebben. Zullen we eerst samen koffie drinken?”
Ook beweging kan helpen. Een korte wandeling, even de tuin in of samen iets eenvoudigs doen kan spanning verminderen. Denk aan was opvouwen, bloemen water geven of een kopje thee maken.
Ook uw rust telt mee
Omgaan met onrust bij dementie kan veel van u vragen. Het is begrijpelijk als u zich soms machteloos voelt. U doet uw best in een situatie die niet altijd voorspelbaar is.
Zoek daarom ook steun voor uzelf. Bespreek uw ervaringen met familie, vrienden of mensen die dementie goed begrijpen. Soms helpt het al om hardop te zeggen: “Ik weet even niet wat ik moet doen.”
Onrust verdwijnt niet altijd helemaal. Maar met rust, herkenning en aandacht kunt u vaak wel veel verzachten. En soms begint dat met iets kleins: een rustige stem, een bekend liedje of samen even naast elkaar zitten.
Martha Flora kijkt in de zorg voor mensen met dementie steeds naar de mens achter het gedrag. Want achter onrust schuilt vaak een behoefte aan veiligheid, nabijheid en begrip.
